Vrijdagavond werd in de Protestantse kerk in Ossendrecht een 'Reizende Sjoel', een reizende Joodse eredienst, gehouden.
Vrijdagavond kwart voor zeven, de Protestantse kerk te Ossendrecht loopt langzaam vol met mensen. Ze gaan eerst een kop koffie of thee en lekkers halen in de Pastoriezaal.
Een kopje koffie of thee vooraf
De kerkzaal zelf mogen ze nog niet in en dat heeft een reden: tussen zeven uur en half acht is er een zogenaamde inloop, voor dat er om half acht een avonddienst wordt gehouden. Niet met medewerking van een predikant, nee vanavond is het Rabbijn Tamarah Benima die er een Open Synagoge dienst, “De Reizende Sjoel” houdt.
De Open diensten zijn bedoeld om niet-Joden en Joden voor wie de sjoeldrempel te hoog is te laten ervaren hoe het is op vrijdagavond in de Sjoel. Heel veel mensen hebben namelijk belangstelling voor het Jodendom. Ze lezen boeken, kijken documentaires en Joodse films, reizen naar Israël, maar meedoen met het Joodse leven, hoe beperkt ook, is nauwelijks mogelijk. Vandaar de Open Diensten.
De Reizende Sjoel in Ossendrecht
Ze geven de mogelijkheid om mee te doen met het zingen van gebeden en liederen in het Hebreeuws, luisteren naar een “derasja” (preek), het ervaren van “berachot”(zegenspreuken) en na de dienst het “nasjen”(snoepen en graaien) en gezelligheid.
Dus waren er meer dan honderd mensen die dat wel eens wilden meemaken, variërend van gewone er thuis horende protestantse mensen, nieuwsgierige Rooms Katholieke gasten en ook zo'n tien gelovige Joden met keppeltjes, in de kerkzaal die voor deze speciale avond iets anders ingericht was.
De voorzanger werd voorgesteld en de dienst begon. Het publiek was voorzien van speciale liedboeken uiteraard in het Hebreeuws met vertaling en notenbalken zodat alles meegekeken of gezongen of gezegd kon worden.
Deze speciale dienst verliep zoals kennelijk gebruikelijk niet helemaal volgens het vooraf uitgestelde schema. Dat vinden de Joden overigens heel gewoon en er werd vooraf ook verteld dat dat zo zou zijn.
Na het zingen en de preek volgden de gebeden en de voorbeden waarin ieder voorafgaand aan de teksten ook zijn zieken en overledenen mocht roepen.
Bij de afsluiting werd een tekst gezegd waarna ieder een glaasje druivensap of rode wijn uitgereikt kreeg, het mocht opdrinken en daarna kreeg ieder een stuk brood. Na het opeten mocht er weer gepraat worden en vertrokken we terug naar de Pastoriezaal voor het afsluitende “Nasjen” met drankjes en hapjes.
Tekst en foto's:Leo den Heijer